Cursiefje

De statistieken van het Versnellingsplan

16 december 2019 Versnellingsplan
Het Versnellingsplan in cijfers en grafieken

De statistieken van het Versnellingsplan

Statistiek, cijfers, grafieken, wetenschappers zijn er gek op. Daarom dit keer in deze rubriek: de statistieken van het Versnellingsplan.

Laat ik eens beginnen met een taartdiagram. Gewoon, omdat dat het kan. Hieronder zie je het aantal hbo’s en universiteiten dat meedoet met het Versnellingsplan: 21 hogescholen en 14 universiteiten – dat zijn dus alle openbare universiteiten van Nederland. Hoe mooi is dat? Daarnaast zijn er een paar vreemde eenden die we onder ‘overig’ kunnen scharen: SURF, de Vereniging Hogescholen en de VSNU. Met ‘overig’ bedoelen we dus niet onbelangrijk.

 

Zoomen we verder in, dan zien we dat er momenteel 136 mensen betrokken zijn bij het Versnellingsplan. Dit zijn docenten, beleidsmedewerkers en -makers, ICTO-coaches, bestuurders, ondersteuners, lectoren, directeuren, adviseurs en ga zo maar door. Ja, zelfs studenten. Van alles wat zou je kunnen zeggen, al moet ik toegeven dat de docenten niet oververtegenwoordigd zijn.

Hoewel de groep natuurlijk divers is in veel opzichten, valt mij toch iets op. Er zijn namelijk drie Hansen, twee Jans (en een Jan Tjeerd), twee Pauls, twee Rensen, twee Marijkes, twee Carolines (de spelling negeren we even), een stuk of drie variaties op Anne, drie Roberts (en een Roberto, telt dat ook?), maar liefst drie Theo’s, twee Tineke’s, een Tom en een Ton. Maar aanvoerders van de lijst zijn de Yvonnes. Daarvan hebben we er maar liefst vier!

 

Deze informatie brengt je natuurlijk niet verder als je meer wilt weten over de inhoud van het Versnellingsplan, maar is wel leuk als je van statistiekjes houdt. Binnen het Versnellingsplan is er zelfs een hele zone gewijd aan statistieken, de zone Studiedata. Al laat ik hen hun tijd liever besteden aan data die het onderwijs ècht kan verbeteren.

En dan tot slot – een beetje omstreden, maar wel heel actueel en veel besproken na de beslissing van de Tweede Kamer vorige week – nog even de man-vrouw verhoudingen in het Versnellingsplan. Er doen 67 vrouwen mee en 69 mannen en ook bij de aanvoerders hebben we een verhouding van ongeveer 50-50. Geen noodzaak voor een vrouwenquotum dus in het Versnellingsplan, concludeer ik tevreden.

Deze pagina delen