Interview

"Weer een cursus? Voor professionalisering van docenten zijn er veel meer opties."

Interviewreeks

Judith Vennix van Hogeschool Rotterdam

Twee online magazines, een flink uitgebreide helpdesk: het waren de eerste stappen bij de Hogeschool Rotterdam om docenten te faciliteren tijdens de coronacrisis. Wat nu overduidelijk blijkt: onderwijs aan studenten geef je als team. “De docent gaat over de inhoud, maar wordt hierin ondersteund door anderen.”

Lid zone Docentprofessionalisering Judith Vennix van Hogeschool RotterdamJudith Vennix is projectleider van de werkplaats onderwijsleertechnologie bij de Hogeschool Rotterdam. De werkplaats bestaat uit mensen die binnen de hogeschool digitalisering, ICT en onderwijsleertechnologie stimuleren door experimenten uit te voeren in het onderwijs. “Al twee jaar vertellen we dat onderwijs beter wordt op het moment dat je ook gebruikmaakt van moderne onderwijsleertechnologie. Studenten werken veel met technologie. Met telefoon, apps, internet. Onderwijs is onderdeel van de samenleving, dus daarin kunnen we niet achterblijven. Dat wil niet zeggen dat je alle manieren van onderwijs overboord moet gooien. Helemaal niet. Maar je moet je wel een beetje aanpassen.”

Toetsen op afstand

En dat gebeurde precies – weliswaar noodgedwongen – tijdens de coronacrisis. Een crisismanagementteam, opgesteld door het bestuur, zette in de hogeschool de grote lijnen uit. De invulling werd overgelaten aan de professionals. De werkplaats maakte razendsnel een online magazine over onderwijs op afstand. Daarna volgde een magazine over toetsen op afstand. “Dat duurde langer, omdat je te maken hebt met wet- en regelgeving”, blikt Judith terug. Ook de beoordeling van het werk van studenten bleek complexer: “Stel dat je een student een 6,3 geeft, waar is dan die drietiende op gebaseerd als je niet meer op de normale manier kunt toetsen?”

Online les geven

De eerste hobbels in de praktijk werden zichtbaar. Docenten die wel online les wilden geven, maar niet wisten hoe. “We zagen dat aan de algehele digitale geletterdheid best wel gewerkt moest worden. Juist dat is nodig als je je onderwijs gaat herontwerpen en middelen moet inzetten om op een actieve manier les te kunnen geven.” En wat te doen met allerlei dilemma’s in het online lesgeven? “In de klas kan een docent een willekeurige student een vraag kan stellen. Online is dat lastiger als studenten hun camera uit hebben gedaan. Je weet dan überhaupt niet of ze er zijn, dus moet je andere manieren vinden om interactie in de les te krijgen.”

Meer ICT-coaches

uitnodiging online onderwijsparade

Om docenten zo goed mogelijk te ondersteunen werd de helpdesk aangevuld met docenten met veel ervaring met onderwijsleertechnologie. Ook deden mensen van de IT-afdeling mee. Docenten konden mailen met een vraag, waarna de teamleden telefonisch hulp boden. Ook werden er webinars gehouden. Uiteindelijk bleek dat de magazines veel meer gebruikt werden dan dat er een beroep werd gedaan op de helpdesk. “Ik denk dat mensen toch het idee hadden dat de helpdesk gericht was op technische problemen. We hadden wel uitdrukkelijk gezegd dat je hier ook onderwijsvragen kon stellen. Dat gaan we dit jaar beter communiceren. Want we willen de combinatie van technische én digitale ondersteuning blijven inzetten.” Dit vertaalt zich ook in de inzet van meer ICT-en-onderwijs-coaches. Eén coach was al actief, inmiddels zijn het er drie. “De vraag vanuit het onderwijs is namelijk relevant én urgent: ‘We hebben nu de middelen, hoe gaan we deze nu mooi in ons onderwijs integreren?”

Leergemeenschappen

een onderwijsontwerpsessie

Het reguliere professionaliseringsaanbod van docenten is door de coronacrisis flink opgeschud, ziet Judith. Waarom kiezen voor wéér een cursus, als er veel meer opties zijn? “Denk bijvoorbeeld aan leergemeenschappen. Of wat je als team wilt bereiken, in plaats van alleen te kijken naar de individuele wensen van een docent.” Een kleine revolutie, vindt ze. “Het is veel duidelijker geworden dat de docent nog steeds over de inhoud gaat, maar met de vorm heel goed ondersteund kan worden door andere mensen. Bijvoorbeeld door mensen die goede kennisclips kunnen maken, of kunnen adviseren over hoe je een goede formatieve toetsing opstelt.”

Digitale geletterdheid meten

In de werkplaats werkt het team van Judith aan een tool waarmee docenten zelf hun digitale geletterdheid kunnen meten. “Daar komt dan een advies uit, zodat docenten weten waar ze aan kunnen werken. En dan willen we kijken of we begeleiding via ICTO-coaches, een cursus of leergemeenschappen kunnen bieden. Dan zet je collega’s met dezelfde leervraag bij elkaar en gaan ze zich kennis zelf eigen maken.”

Begeleiding

Het zullen vaste elementen zijn in de verdere professionalisering van docenten. Want dat blijft nodig, vertelt ze. We hebben inmiddels zoveel nieuwe kennis en ervaringen opgedaan. Die laat je niet zomaar los. “Een live hoorcollege met 500 man zie ik niet snel meer gebeuren. We weten dat dit opsplitsen in kennisclips in combinatie met (online) groepsbegeleiding veel beter werkt, en waardoor minder mensen uitvallen. De wereld van onderwijsleertechnologie staat nooit stil, dus is het zaak om je daarin te blijven verdiepen.”

Interview: Hester Otter

Dit is deel 2 in een reeks van in totaal 7 interviews met deelnemers aan de zone Docentprofessionalisering. In de interviews delen zij praktijkervaring én inspiratie voor de ondersteuning van docenten bij onderwijsinnovatie met ICT.

Werkplaats onderwijsleertechnologie Hogeschool Rotterdam
Tip van Judith:

“Zoek de mensen binnen de organisatie op met veel kennis en ideeën over onderwijsontwikkeling. Breng hen met elkaar in contact, bijvoorbeeld in een Teamomgeving of op intranet, zodat zij hun ideeën kunnen delen. Hierdoor raken andere collega’s weer geïnspireerd om nog meer met onderwijsontwikkeling te doen. En de organisatie plukt daar de vruchten van.”

Deel deze pagina