Profiel

De mensen van het Versnellingsplan: Peter Dekker

Profiel

Peter Dekker

Elke week stellen we een Versnellingsplanlid aan je voor. Deze week: Peter Dekker, onderwijskundige bij de Hogeschool van Amsterdam en lid van de zone Docentprofessionalisering.

Wat voor student was je vroeger?

Ik was heel gedisciplineerd. Dat ben ik van nature. Toen ik op de middelbare school zat, maakte ik een studieplanning. Zo kregen we bij Engels idioomtoetsen. De lijst woorden die je dan moest voorbereiden was niet om door te komen. Dus maakte ik een planning waarin ik elke dag 10 woordjes leerde, en na een maand 300 woorden had geleerd. Ik haalde dan een 9 of 10 voor zo’n toets. Klasgenoten die beter waren in Engels, zakten. Ik vond dat echt ongelooflijk! Het protest van klasgenoten was dan ook: “300 woorden, da’s veel te veel!” Systematisch leren en stampen was mijn redmiddel, want zo goed was ik niet in Engels!

Als student moet je leren, leren en leren plannen. Tegenwoordig proberen we dat alle studenten bij te brengen, maar ik had het als tiener zelf al ontdekt en onder de knie gekregen. Ik was een verantwoordelijk typetje, je kent ze wel, en dat heeft mij in die tijd goed gedaan. Die werkwijze heb ik als student volgehouden. Uiteindelijk ben ik in Enschede afgestudeerd op toegepaste onderwijskunde.

Waarom werk je in het onderwijs?

Ik had op de basisschool het naïeve idee dat het vak van leerkracht ontzettend mooi en makkelijk was. Misschien heb ik rare leraren gehad. Ik had het idee dat lesgeven een vak was waarbij je opdrachten uitdeelde, een beetje rondliep en met collega’s kletste. Ik dacht toen: dat is een mooi beroep, dat wil ik later ook! Ik kom niet uit een gestudeerd milieu, niemand in mijn omgeving had daarom kritische vragen toen ik na de middelbare school naar de pedagogische academie wilde. Maar als leerkracht ben ik helemaal niet geschikt! Op de PA hadden ze dat wél in de gaten en kreeg ik al snel de kritische vraag: is dit wat voor jou? Ik vond de opleiding heel leuk, alleen over de stage was ik iets minder enthousiast: drukke kinderen, van alles moeten. Toch heb ik de opleiding afgemaakt.

Toen kwam ik in ’84 de arbeidsmarkt op, het toppunt van de crisisjaren. Op een vacature voor docent solliciteerden 100 mensen. Ik had het papiertje dan wel, maar ik was niet de beste kandidaat en ik zag zelfs de sterren van mijn klas op de PA worstelen met het vinden van een baan. Toen ben ik in militaire dienst gegaan en heb ik een jaar over de hei gesjouwd. Dat gaf mij de kans goed na te denken over wat ik wilde.

Uiteindelijk was dat zo moeilijk niet: ik vond de opleiding heel leuk, de onderwijskunde, de didactiek. Dus de volgende stap de universiteit om onderwijskunde te studeren. Na die studie ben ik vrij makkelijk in een baan gerold en ik ben nog elke dag blij dat niet voor de klas ben gaan staan, want dat is echt moeilijk en intensief werk.

Mijn eerste baan was in de onderwijsondersteuning bij het CPS, wat nu het CITO is. We zaten toen nog in het staartje van de crisis, met veel tijdelijke contracten, je kent het wel. Dat was ik na verloop van tijd beu en ik ben enkele jaren voor mezelf aan de slag gegaan. Vanaf 2001 ben ik naar de Universiteit van Amsterdam gegaan om me bezig te houden met onderwijsinnovatie en onderwijstechnologie.

Na zeven jaar bij de UvA dacht ik: “Het gras is groener bij een hogeschool”! Dus ben ik overgestapt naar de Hogeschool van Amsterdam. Op een hogeschool kun je meer doen als onderwijskundige. Er wordt op het hbo meer nagedacht over de inrichting van het onderwijs. Toen ik de overstap maakte werd ik echt voor gek verklaard: “Je werkt op een universiteit, dan ga je toch niet naar een hogeschool?” Dat vinden veel mensen een stap terug, en dat doe je niet. Dat is echt geïntegreerd in ons denkpatroon, terwijl je met didactiek op een hbo echt op je plek bent.

Hoe ben je bij het Versnellingsplan terecht gekomen?

Er is vanuit het College van Bestuur bij de HvA veel commitment op het Versnellingsplan. Er is goed nagedacht over hoe we wilden bijdragen aan het Versnellingsplan. Er is een soort denktank met collega’s bij elkaar geroepen, waar ik onder anderen in was afgevaardigd. Als HvA academie hadden we de visie om het traject voor startende docenten nog integraler aan te pakken dan we al deden. Een collega heeft in onderzoek ontdekt dat startende docenten het heel moeilijk vinden in hun eerste jaar en dat de uitstroom heel hoog is. Dit willen we uiteraard voorkomen en dat heb ik in de danktank ingebracht. Anderen vonden zo’n langdurig begeleidingstraject voor startende docenten een goed idee en zo zijn we bij onder andere de zone Docentprofessionalisering terecht gekomen.

Ik heb in het verleden meegewerkt aan de digitale universiteit, toen ik bij de UvA werkte. Dat vond ik geweldig, om samen met collega’s uit andere instellingen samen te werken en mooie dingen maken in projectvorm. Je hebt de kans om je eigen instelling mee te nemen en trajecten en resultaten op te schalen binnen je instelling. Dus ik hoop dat dit ook met het Versnellingsplan gaat gebeuren. Ik kan niet in de toekomst kijken, we zijn net een jaartje op weg, dus het moet nog wat komen, maar ik denk dat dit gaat lukken. De coronacrisis is een enorme kans. Er is enorme impact op de technologie en de stap om de technologie te gaan gebruiken is gezet. De koudwatervrees is er wel af.

CV

1964 geboren in Zutphen

1981 tot 1984 Pedagogische Academie, 1985 tot 1991 Onderwijskunde

Sinds 2007 werkzaam bij de Hogeschool van Amsterdam

-

Deel deze pagina