Nieuws

Rondetafelgesprek Tweede Kamercommissie: Digitalisering in het hoger onderwijs

27 november 2019 Versnellingsplan
Rondetafelgesprek Tweede Kamercommissie OCW

Digitalisering in het hoger onderwijs

Vorige week waren Ulrike Wild (aanvoerder zone Flexibilisering), Theo Bakker (aanvoerder zone Studiedata), Rens van der Vorst (lid zone EdTech) en Roos van Leeuwen (lid Stuurgroep) van het Versnellingsplan uitgenodigd voor het rondetafelgesprek met de Tweede Kamercommissie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over Digitalisering in het hoger onderwijs. Kamerlid Dennis Wiersma (VVD) had dit rondetafelgesprek geïnitieerd. Ook Kamerleden Jan Paternotte (D66), Frans Futselaar (SP) en Lisa Westerveld (GroenLinks) waren aanwezig.

In de tweede ronde van het rondetafelgesprek waren de betrokkenen van het Versnellingsplan aan het woord. Theo vertelde over zijn werk met studiedata vanuit VU Analytics en de zone. “Het verzamelen van studiedata is geen doel op zich. Als zone richten we ons op het verbeteren van de randvoorwaarden van het gebruik van studiedata zodat het welzijn van student en docent wordt verbeterd.”

Flexibel onderwijs

Roos vroeg hierop volgend aandacht voor privacy van studenten en de impact van flexibel onderwijs op studenten. “Er zijn ook studenten die behoefte hebben aan een richting. Daarbij is het heel belangrijk om veel aandacht te besteden aan persoonlijke begeleiding als het onderwijs flexibel wordt.” Flexibel onderwijs en flexibilisering van het onderwijs is een van de speerpunten van het Versnellingsplan. Ulrike vertelde daar meer over: “Het systeem faciliteert verschillende behoeften goed, maar nog niet allemaal. Het bijvoorbeeld lastig te studeren in je eigen tempo. Of als je als student een deel van je programma bij een andere instelling wilt volgen. Studenten willen met oog op de arbeidsmarkt snel kunnen schakelen. Dat gaat nu niet. Net als dat het nu niet mogelijk is om in het kader van Leven Lang Ontwikkelen een module aan een instelling te volgen die bijdraagt aan iemands professionele leven.”

Ulrike stelde dat we nu studeren tijd- en plaatsonafhankelijk kunnen maken. “Ik denk hierbij nadrukkelijk niet aan het opnemen van hoorcolleges die later worden teruggekeken. We hebben meer mogelijkheden om onderwijs te faciliteren en regisseren. We zijn bezig met het organiseren van pilots en experimenten om goed in te spelen op de context en leerbehoeften van studenten.” Ook gaf Ulrike aan de zorgen van Roos over student-docentcontact te begrijpen.

Het doel van de zone Flexibilisering is dan ook nadrukkelijk een uitbreiding van het huidige stelsel, en geen vervanging, mét goede begeleiding voor studenten: “We lopen tegen de grenzen van het stelsel aan. Als het gaat om bekostiging, gaat dat nog steeds naar één instelling voor een student, en wordt er verwacht dat die student nominaal afstudeert. We willen een stelsel dat zich kan aanpassen aan de leefwereld en de arbeidsmarkt van nu.”

Privacy en studiedata

Rens van der Vorst vertelde over zijn werk binnen Fontys Hogescholen waar hij in een pilot kijkt naar de echte impact van technologie op mens en maatschappij. “We kijken naar projecten om data te verzamelen voor studenten, niet over studenten. Bijvoorbeeld: Hoe vaak ben je op school? Studenten beslissen zelf of ze meewerken hieraan. Daarmee proberen we studenten te laten nadenken over wat technologie nu precies voor hen betekent. Dat betekent ook aandacht voor wetten rondom privacy. Die wetten zijn best complex en begrip daarvan bij studenten kan beter.”

Daar was Roos het mee eens. Naar aanleiding van een vraag van Kamerlid Westerveld wat er dan beter geregeld zou moeten worden rondom privacy van studenten, zei Roos: “De AVG volstaat, maar de zorg is dat studenten momenteel niet voldoende weten wat het effect van het verzamelen van data op hun privacy heeft. Voorlichting is hierin belangrijk, zodat studenten ook echt weten dat ze zaken kunnen aankaarten waar ze dat nodig vinden.”

Kamerlid Futselaar haakte hierop aan: “Ik vind het indrukwekkend wat de VU doet met data. Mijn grootste nachtmerrie is echter dat er tegen een student wordt gezegd: we hebben gepersonaliseerde data van je en je moet ons toestemming geven om die te gebruiken. Doe je dat niet, dan geven we je geen studiebegeleiding. Dan komt de student dus in een oneerlijke machtssituatie terecht.”

Ethische code voor gebruik studiedata

Theo vertelde hoe de VU dat aanpakt: “Wij hebben een code met drie principes die we hanteren bij het verzamelen van studiedata. Als eerste staat het succes van de student centraal, ten tweede is de verzameling inclusief en in het voordeel van studenten, en ten derde vertellen we studenten precies wat we doen met hun data en wat ermee bereikt is. Hoe dit door studenten wordt beleefd, moeten we onderzoeken. Het belangrijkste is namelijk dat als er aan studenten om toestemming wordt gevraagd, de keus voor studenten bij het afgeven van data volledig vrij is en geen negatieve gevolgen met zich meebrengt. Als een onderwijsinstelling dus begint aan een project met studiedata, moeten ze daar goed over nadenken.”

De reden dat de VU met studiedata is gaan werken, legde Theo ook uit: “Onze studieadviseurs wilden niet op basis van voorspelmodellen, een persoonlijk advies geven aan individuele studenten. We hebben ons toen meer gericht op algemene verbeteringen die mogelijk zijn in onze beleidsvorming met analyses van studiedata. Hierbij zijn valide statistieken van belang, iets dat in het gedrang kan komen als je uitsluitend werkt met data op basis van toestemming van studenten en een beperkt aantal studenten toestemming geeft om data te gebruiken.”

Daarnaast vertelde Theo over wat de zone doet met betrekking tot veilig en betrouwbaar gebruik van studiedata: “We ontwikkelen een landelijke ethische code voor het gebruik van studiedata.” Roos was blij dat te horen: “We moeten landelijk, allemaal achter die ethische code gaan staan. Hierdoor zijn we minder afhankelijk van een hogeschool of universiteit die de regels zelf opstelt.”

Studiedata voor flexibel onderwijs

Theo voegde nog toe dat op basis van een hoop studiedata die hij gezien heeft, flexibel onderwijs dichterbij het bestaande onderwijs ligt, dan veel mensen denken. Ulrike reageerde: “In het kader van flexibilisering denken we na over de verschillende behoeften: Wie heeft de behoefte? Is dat een 18-jarige die direct van de middelbare school komt, of een 22-jarige die al naar de arbeidsmarkt kijkt? Is de behoefte van een 18-jarige aan een groep verbonden met vakinhoud of staat het er los van? Daarom is mijn pleidooi simpel: meer oog voor verschillen van studenten. We hebben niet eindeloos geld om onderwijs in te richten met de beste docenten en tools. Daarom moeten we nadenken over wanneer de docent het meest toevoegt in leersituaties? We moeten de tijd van docenten optimaal benutten in interactie met studenten. De vraag is dan: Waar is contact en interactie zinvol? En hoe kan dat ook bijvoorbeeld online worden ingericht om het leerproces zo goed mogelijk in te richten? Daar zijn we al met een veel grotere cultuuromslag bezig en die duurt lang, maar daar hebben we de ondersteuning voor nodig en het vertrouwen in de instellingen om de juiste keuzes te maken en het onderwijs flexibel in te richten.”

Deze pagina delen