Interview

Terugblik 2019: De zone Flexibilisering

Interview

Terugblik 2019: Paul en Ulrike en de zone Flexibilisering

Het eerste jaar van het Versnellingsplan zit erop. In een reeks interviews blikken we met de aanvoerders van de zones terug op hoe het hun zone in 2019 is vergaan. In deze editie aan het woord: Paul den Hertog (Hogeschool van Amsterdam) en Ulrike Wild (Wageningen Univeristy&Research), aanvoerders van de zone Flexibilisering van het onderwijs.

Wat waren jullie verwachtingen bij de aanvang van de zone?

Ulrike: Ik verwachtte dat het moeilijk zou zijn om een lijn te vinden, want hoe verpak je het meerkoppige monster flexibilisering in een concept? Vooraf was helder dat het onderwerp zich niet tot de instellingen beperkt, maar dat er veranderingen in het stelsel nodig zouden zijn. We hadden geen plan hoe we het hele systeem zouden kunnen meekrijgen. Zo bezien, denk ik dat wij boven verwachting ver zijn gekomen.

Paul: Zo kijk ik er ook op terug. We zijn gestart met achttien deelnemers, afkomstig van allerlei soorten instellingen: klein, groot, hbo en universiteit, specialistisch en generalistisch. Die rijkheid zorgt ervoor dat het even duurt om een gemeenschappelijke taal te ontwikkelen. Ik maakte me in het begin wel een beetje zorgen of dat zou lukken, maar het is gelukt.

Hoe pakten jullie het aan?

Paul: We namen de student als vertrekpunt, want daar doen we het tenslotte allemaal voor. Via denksessies en ontwerpprocessen zijn we tot vier studentroutes gekomen. Door de studentroutes te beschrijven, weten we precies wat we bedoelen met ‘studeren in eigen tempo’ of ‘buiten de gebaande paden studeren’. In de daaropvolgende gesprekken zijn we het begrip flexibilisering gaan afpellen. Wat betekent het concreet voor de instelling en de student?

Ulrike Inmiddels kan niemand meer om de studentroutes heen. Ook landelijk is het geland. Het is simpel, iedereen begrijpt waar het over gaat. Het zijn kapstokken die het gesprek op gang helpen.

Wat hebben jullie concreet gemaakt in 2019?

Paul: De vier studentroutes zijn in een brochure terechtgekomen. Daarvan hebben we er al zevenhonderd verspreid en er ligt nog een stapel klaar.

Ulrike: Ik kom ze op de gekste plekken tegen.

Paul: We hebben de flyer vertaald naar presentaties voor een aantal conferenties. Voor de Onderwijsdagen hebben we vier deelnemersroutes gemaakt. Na ons verhaal kregen de bezoekers een soort routekaartje waarmee ze vier echte studenten moeten vinden, die een beetje verstopt klaarstonden om ze over hun ervaringen met flexibel onderwijs te vertellen.

Waar zijn jullie het meest trots op?

Ulrike: Op de studentroutes, maar ook op onze infiltratie op allerlei plekken, van RIO (Registratie instellingen en opleidingen) tot Den Haag. Het Versnellingsplan maakt iets los: er is meer wil om echt te luisteren.

Paul: Het Versnellingsplan wordt gezien als een autoriteit.

Ulrike: Maar die autoriteit moet je vervolgens ook waarmaken. Met het formuleren van studentroutes ben je er niet. Door ze steeds verder in te vullen (wat is er nou nodig om dit mogelijk te maken voor studenten?) stuit je vanzelf op drempels. Daar moeten instellingen vervolgens mee aan de slag.

Wat is er niet gegaan zoals verwacht?

Paul: Het gaat nooit zoals verwacht. Er zijn personele wisselingen geweest, zoneleden die van instellingen veranderden en nieuwe instellingen die toegang zochten tot de zone, zoals Universiteit Leiden, Technische Universiteit Delft en de Erasmus Universiteit.

Ulrike: Soms hebben mensen vergaande overtuigingen over flexibilisering. Zij denken dat we het hele onderwijs opnieuw gaan bedenken, maar zo werkt het niet. Je krijgt je instellingsplannen ook niet op een presenteerblaadje aangereikt, inclusief middelen. Voor het Versnellingsplan is actieve deelname een voorwaarde.

En nu?

Paul: We zijn net gestart met een groot project op het gebied van studentmobiliteit en met een bestuurlijke analyse naar microcredentialing die we deze zomer opleveren. Eigenlijk is dat pas het begin, want als de analyse op tafel ligt, moeten we ermee aan de slag.

Ulrike: Het ligt er ook aan hoe veel de deelnemende instellingen ermee willen doen. Wij kunnen veel faciliteren en aanbieden, maar vervolgens heeft iedereen zijn eigen tempo in het oppakken van wat we aanreiken. En dat is ook helemaal legitiem.

Zijn er dingen die het team meer moet gaan doen?

Paul: We hebben vier werkgroepen opgestart over inhoudelijke deelgebieden. Ik vind het interessant om te zien hoe zij dit jaar voortgang zullen maken. Je kunt heel lang praten over de flexibilisering van het onderwijs, maar uiteindelijk moet het leiden tot herontwerpen onderwijs, of een publicatie waar mensen mee aan de slag kunnen. Het moest tastbaar worden. Instellingen moeten durven experimenteren.

Wat hoop je te hebben bereikt in 2022?

Paul: In ieder geval moet de microcredential tegen die tijd een formele positie hebben in het stelsel.

Ulrike: Ook is de taal over flexibilisering dan ingeburgerd. Het daadwerkelijke realiseren ervan kost meer tijd, maar door het überhaupt te agenderen, gaat dagen dat nominale doorstroming niet zaligmakend is. Binnen de instellingen willen we een aantal good practices verzamelen. En we bouwen met drie universiteiten aan een landelijke infrastructuur, waarmee studenten zich makkelijk kunnen inschrijven bij een onderwijs-deeleenheid van een andere instelling. Dat mag al, maar is nu nog heel lastig. Ik hoop dat we in 2022 de basis hebben gelegd om het stelsel in beweging te krijgen.

Zijn jullie op de goede weg om dat te bereiken?

Paul: Zonder twijfel.

En over tien jaar? Wat is er dan nog zichtbaar van wat jullie nu doen?

Paul: Dan wórdt het pas zichtbaar. Het duurt wel even voordat microcredentialing net zozeer gemeengoed is  geworden als bijvoorbeeld een bachelordiploma.

Ulrike: Over tien jaar is er veel meer diversiteit in het onderwijs. We willen het stelsel flexibiliseren, de vier studentroutes in de praktijk brengen. Als gevolg daarvan vervaagt de scheiding tussen initieel en postinitieel onderwijs. En doordat het normaler wordt dat je niet alles bij één instelling haalt, ontstaat er wellicht ook een andere dynamiek in het onderwijslandschap. Niet alle psychologieopleidingen hoeven altijd hetzelfde aan te bieden… Ook de diplomabekostiging is tegen die tijd achterhaald: het idee dat de instelling waar je een bul haalt, alles krijgt. Maar dat is technisch. Uiteindelijk gaat het om die student. Flexibel onderwijs blijft een keuze: een paar jaar studeren na het vwo blijft ook gewoon mogelijk. We willen het systeem niet vervangen, maar uitbreiden.

Deel deze pagina