Interview

Terugblik 2019: De zone Digitale (open) leermaterialen

Interview

Terugblik 2019: Robert en de zone Digitale (open) leermaterialen

Het eerste jaar van het Versnellingsplan zit erop. In een reeks interviews blikken we met de aanvoerders van de zones terug op hoe het hun zone in 2019 is vergaan. In deze editie aan het woord: Robert Schuwer (Fontys Hogescholen), aanvoerder van de zone Naar digitale (open) leermaterialen.

Wat waren je verwachtingen bij aanvang?

Ik zie de Versnellingszone als een enorme kans om het Nederlandse onderwijs verder te brengen op het gebied van digitale leermaterialen en met name om in te zetten op de verwevenheid van open en gesloten leermaterialen. Mijn verwachtingen bleken goed aan te sluiten bij de verwachtingen van de andere deelnemers. Onze eerste activiteit was dan ook het vertalen van onze verwachtingen in de formulering van een ambitie. We willen voor elkaar krijgen dat zowel docenten als studenten zo weinig mogelijk hindernissen tegenkomen bij het samenstellen en gebruiken van een optimale mix van leermaterialen.

Wat heb je afgelopen jaar gedaan?

We hebben onderzocht op welke vlakken we actie moeten ondernemen en op welke terreinen we aansluiting  kunnen vinden bij bestaande initiatieven. Activiteiten die al plaatsvinden, willen we zo veel mogelijk met elkaar verbinden. Ook hebben we een onderzoek laten uitvoeren naar de huidige stand van zaken met betrekking tot gebruik van digitale leermaterialen, en een onderzoek dat specifiek gaat over hergebruik van open leermaterialen.

In een traject met alle stakeholders hebben we een gezamenlijk en daarmee gedragen beeld geschetst van wat er gebeurt in 2035. Hoe zit het dan met leren en de rol van leermaterialen? Daarnaast zijn er allerlei activiteiten in uitvoering, zoals een inventarisatie van bestaande platformen voor het delen van digitale leermaterialen, het opstellen van requirements voor een dergelijk platform en het testen van een mogelijk kandidaat-platform.

Wat vind je het grootste succes van 2019?

Het formuleren van onze ambitie en het opstellen van het bijbehorende denkmodel. Dat denkmodel is heel krachtig. Als je dat in je achterhoofd houdt, kun je je verhaal goed vertellen en is het duidelijk wat ieders rol erin kan zijn. Dat spreekt aan.

Het tweede succes zijn de resultaten van de onderzoeken die we hebben laten uitvoeren. We wilden onze vervolgactiviteiten baseren op wat er nu al gebeurt en waar behoefte aan is. Dat beeld is duidelijk geworden.

Waar kunnen we het denkmodel vinden?

Er zijn slides beschikbaar van onze presentatie bij de OE Global in Milaan waar we het denkmodel presenteerden, maar ze staan nog niet op de website van het Versnellingsplan. Een geleerde les is dat we meer moeten delen met de buitenwereld. We hebben inmiddels een werkgroep communicatie en disseminatie opgericht die daarover gaat.

Hoe kijk je terug op het proces dat de zone afgelopen jaar heeft doorlopen?

Het was een leerproces. We begonnen met een enthousiaste club mensen, maar op den duur liep de energie een beetje weg, doordat het soms lastig bleek om de eigen achterban te mobiliseren. Instellingen sluiten zich aan bij een zone zonder zich precies te realiseren wat het commitment inhoudt. Daardoor zijn we niet zo ver gekomen als we zouden willen. Toen de oorzaken van het energieverlies eenmaal helder waren, is het ons wel gelukt om ze aan te pakken. De betrokkenheid en de energie is er weer en er worden concrete activiteiten ondernomen.

Wat moet het team meer doen?

Sturen op landelijke activiteiten. Sommige dingen zijn wel belangrijk om te doen, maar komen niet terug in de ambities van de instellingen, waar we ons in 2019 op richtten. Een voorbeeld van zo’n onderwerp is het¬† contact met de uitgeverijen. We hebben een aantal werkgroepen opgericht voor onderwerpen die landelijk zullen worden opgepakt.

Wat moet het team minder doen?

Sturen op micro-activiteiten van afzonderlijke instellingen of samenwerkende instellingen. De zone is daarin alleen faciliterend. We gaan ook geen samenwerkingen afdwingen, omdat het tempo van de instellingen verschilt. Al heb je op het oog dezelfde doelen, het zou toch betekenen dat de ene instelling moet vertragen om de andere te laten versnellen.

Is jouw zone op de juiste weg om de ambities voor eind 2020 te bereiken?

Ik hoop dat we de energie en het tempo dat we nu hebben, kunnen vasthouden. In dat geval zijn we op de juiste weg. De enige onzekerheid is de verbinding tussen open en gesloten leermaterialen. Daarin pakt de koerszone de verantwoordelijkheid, want dat is weerbarstig terrein.

Wat is er in ieder geval bereikt eind 2022?

Dan is er een platform waarop delen in de breedste zin van het woord wordt ondersteund. Je vindt er ook de materialen die je collega’s alleen binnen de eigen instelling willen delen. Daar is een grote behoefte aan. Het is ook hard nodig voor het samenstellen van de optimale mix van leermaterialen.

Daarnaast gaan we veel ondersteunende artefacten realiseren. Het kunnen documenten zijn over het gebruik van leermaterialen, maar ook tools. Zo werken we aan een copyright-tool, die kan worden ingezet in de leeromgeving. Als een docent gesloten leermateriaal opgeeft, wijst de tool op de kosten en op open alternatieven.

En in 2035?

Wat nu door de zone wordt geproduceerd, zal een goede basis blijken om het onderwijs veel meer af stemmen op de individuele student. Kunstmatige intelligentie zal een grotere rol hebben bij gepersonaliseerde keuzes. Zo hebben we het geformuleerd in onze infographic #hoeleerjij? Ik verwacht ook dat docenten tegen die tijd veel meer kennis zullen hebben van wat digitale leermaterialen voor hun kunnen betekenen.

Deel deze pagina