Interview

Terugblik 2019: De zone Studiedata

Interview

Terugblik 2019: Theo en de zone Studiedata

Het eerste jaar van het Versnellingsplan zit erop. In een reeks interviews blikken we met de aanvoerders van de zones terug op hoe het hun zone in 2019 is vergaan. In deze editie aan het woord: Theo Bakker (VU Amsterdam), aanvoerder van de zone Veilig en betrouwbaar studiedata benutten.

Wat waren je verwachtingen bij de aanvang van de zone?

Het leek me leuk om met een hele club mensen aan de slag te gaan met de thematiek rondom studiedata. Ik dacht dat er iets moois uit zou komen, al kon ik niet zo goed inschatten hoe het zou gaan lopen. Zo verwachtte ik dat er iets meer gaande zou zijn op het gebied van studiedata dan het geval bleek.

Wat hebben jullie in 2019 gedaan?

Aan de hand van een aantal modellen hebben we veel gepraat over hoe je een studiedataproject kan aanpakken en groot maken. Ook hebben we het vaak gehad over privacy vraagstukken. Dat er veel verschillende manieren zijn waarop je studiedata kunt benutten, werd snel duidelijk toen we met alle zoneleden deelnamen aan de studiereis van SURF naar het Verenigd Koninkrijk. Het viel op dat verschillende soorten aanpakken van de Britse universiteiten resoneerden bij verschillende deelnemers. Die reis was belangrijk om inzicht te krijgen in alle smaken en wensen op het gebied van de inzet van studiedata. We hebben een aantal voorbeelden gezien waarvan we dachten dat we ze zeker moesten onderzoeken, of juist niet. Dat heeft ons geholpen om een gemeenschappelijke taal te ontwikkelen.

Wat hebben jullie opgeleverd in 2019?

We hebben een aantal modellen en praatplaten gemaakt, die we gebruiken als gemeenschappelijk kader om na te denken over de ontwikkeling van studiedata. Ze zijn vooral nuttig om te laten zien waar je allemaal aan moet denken, zoals hoe de governance in elkaar zit en hoe je mensen kunt meenemen in je ideeën. Bij iedere deelnemende instelling is inmiddels een groot project gestart, waarin we met al die aspecten rekening houden.

We zijn begonnen met het statistisch handboek, waarvan een eerste versie in februari 2020 is opgeleverd. Ook is er een begin gemaakt met een landelijke Code of Practice. Het nationaal cohort-onderzoek vanuit het NRO is van start, een landelijke dataset over studiedata vanuit primair, voortgezet en hoger onderwijs. En een aantal andere zaken zijn in gang gezet en lopen nog, zoals het opstellen van functieprofielen voor data scientists en data engineers.

Waar ben je trots op?

Dat we echt een team zijn geworden. Tijdens de 24-uursessie ontdekten we dat we verder zijn dan we dachten. We schakelen zowel landelijk als binnen de eigen instellingen. Studiedata is een onderwerp van ons allemaal geworden. Verder merken we dat mensen de term studiedata steeds vaker gebruiken en dat de bijbehorende modellen hun functie vervullen.

Wat liep anders dan verwacht?

Het duurde helaas lang voordat de zone Studiedata over een verbinder beschikte. Daarnaast had ik verwacht dat het lokaal wat sneller zou gaan, maar blijkbaar zijn dit moeilijke projecten om van de grond te krijgen. Dat is ook wel weer leerzaam.

Wat moet het team volgend jaar meer en minder doen?

Meer poetsen, minder lullen. Nu ik beter weet wat iedereen goed kan en waar de interesses liggen, durf ik ook wel ambitieus te zijn in wat we gaan neerzetten.

Wat neem je mee naar 2020?

Vertrouwen in de haalbaarheid van onze plannen.

Wat hoop je te hebben bereikt als het Versnellingsplan eindigt?

Tegen die tijd hebben we op de kaart gezet wat studiedata zijn, wat je ermee kan, hoe je een studiedataproject aanpakt en op welke aspecten je moet letten. We hebben dan veel geleerd over methodieken om dit soort vraagstukken te analyseren. Ook hebben we in 2022 diverse instrumenten opgeleverd waarmee mensen kunnen vaststellen hoe ver ze zijn en welke volgende stappen ze moeten nemen. Ik verwacht dat er dan veel opleidingsmateriaal ligt en dat we meerdere best practices hebben opgeleverd.

Zijn jullie op de juiste weg om de ambities voor 2022 te bereiken?

Als enige Versnellingszone hebben wij geen stip op de horizon gezet. Drie jaar vooruitkijken is heel lang in de IT, waar de ontwikkelingen razendsnel gaan. Bovendien zijn wij ondersteunend aan de andere zones: als zij besluiten om naar links te gaan, dan moet ik bedenken hoe we naar links gaan. Het benutten van studiedata is geen doel op zich. Daarom bepaal ik bewust per jaar wat we gaan doen.

Wat is er over tien jaar zichtbaar van de inspanningen van de zone?

Dan is de inzet van studiedata de gangbare praktijk geworden in het hoger onderwijs, in plaats van de uitzondering. We komen steeds dichterbij het concept van de digital twin: er zijn zo veel data over mensen in omloop, dat je hen steeds beter kunt herkennen in de data zelf. Daarmee bedoel ik niet dat we studenten willen identificeren, maar dat we met behulp van studiedata beter begrijpen wat onze studenten bezighoudt en wat ze willen, zodat we daar beter op kunnen aansluiten. Ik hoop dat we in 2030 veel beter in staat zijn om het onderwijs en de ondersteuning zo in te richten dat studenten succesvol kunnen zijn in hun studie.  Daar doen we het voor. Daarom ben ik ook te spreken over de naam van onze zone: het is cruciaal dat studiedata veilig en betrouwbaar worden benut.

 

Deel deze pagina