Blog

Vier generaties kansen

8 maart 2021 Versnellingsplan
Blog Internationale Vrouwendag

Vier generaties kansen

Drie weken geleden overleed mijn oma. Mijn moeders moeder was 93 jaar oud, scherp van geest maar haar lijf wilde niet meer meewerken. Ze was vriendelijk, lief, charmant en modern, een trotse moeder, oma, overgrootmoeder, tante, vriendin, buurvrouw. Ze omringde zichzelf met foto’s van allen die haar lief waren, en dat waren er heel veel. Op haar beurt prijkt ze op foto’s in ons huis, waar ik dagelijks even stilsta bij een bijzondere momentopname: mijn oma, mijn moeder en ikzelf poseren alledrie apetrots met mijn dochter, destijds een paar dagen oud en tot op heden de enige achterkleindochter. Vier sterke, slimme vrouwen, stuk voor stuk.

Vandaag, op Internationale Vrouwendag, realiseer ik me dat ik ben wie ik ben, doe wat ik doe, en wil wat ik wil dankzij de vrouwen (en de mannen) in de generaties voor mij. Terugkijkend is het ook niet gek dat ik in het onderwijs terecht ben gekomen. Ik wil je meenemen in het verhaal van vier generaties vrouwen, hun ambities in het onderwijs en de kansen die zij wel of niet kregen om die ambities waar te maken.

Mijn oma, Dora, werd in 1928 geboren in een klein kerkdorp in Noord-Limburg, vlakbij de Duitse grens. Ze was de oudste dochter in een gezin met vijf kinderen. Ze was een pientere dame die hard werkte. Tijdens de oorlog, waarin het gezin werd geëvacueerd, haalde ze op 14-jarige leeftijd haar coupeusediploma. Het was 1942. Ze wilde eigenlijk onderwijzeres worden, maar dat ging niet. Ze was nodig op het land. Ze heeft er bij mijn weten nooit over geklaagd. Later verdiende ze geld als coupeuse. Tijdens carnaval ontmoette ze mijn opa. Die was acht jaar ouder en er werd snel getrouwd. Voor mijn opa’s werk verhuisden ze naar een bovenwoning in Eindhoven, in die tijd een dagreis van mijn oma’s geboortedorp en een andere wereld. Ze vertelde ons later dat ze er in die begintijd van haar huwelijk vaak eenzaam was. Tot in 1952 mijn moeder werd geboren, gevolgd door drie jongere broers.

Mijn moeder, Annelies, wilde ook onderwijzeres worden, kleuterleidster zelfs. Maar dat ging eigenlijk niet. Haar vader, mijn opa, was slechts magazijnbediende, dus meer dan de huishoudschool zat er niet in. Wat je vader ‘deed’ was bepalend voor je schooladvies. Toen greep mijn oma in. Ze stelde alles in het werk om mijn moeder toch naar de mulo te kunnen laten gaan en dat lukte. Het was 1964. Mijn moeder werd inderdaad kleuterleidster, binnen korte tijd hoofd van de plaatselijke kleuterschool en deed een avondopleiding MO pedagogiek. Tijdens een treinreis ontmoette ze mijn vader, een langharige student uit Utrecht. Ze verloofden zich, trouwden en verhuisden voor mijn vaders werk naar de Randstad.

Toen ik mezelf aandiende stopte mijn moeder met werken. Werkend moederschap, dat paste niet goed in haar traditionele wereldbeeld, vertelt ze me. Het was 1981. Kinderopvang was nog niet voor iedereen vanzelfsprekend. In mijn fotoalbum staan foto’s van haar afscheid, met een hoogzwangere buik. En toch, ook al was ze vrijwillig gestopt met werken, haar passie voor onderwijs bleef. Vier jaar later, toen mijn jongere zus twee jaar was, keerde ze dan ook terug voor de klas. Ze werd daarbij aangemoedigd door een buurvrouw die aanbood ons voor en na school op te vangen. “Je bent een stuk gezelliger geworden sinds je weer werkt”, zei ze later tegen mijn moeder. In eerste instantie begon mijn moeder weer parttime als invalkracht, later als vaste leerkracht in verschillende groepen, en uiteindelijk eindigde ze bij de kleuters, waar ze ook was begonnen. Al die tijd nam ze, naast haar baan, ook vrijwel alle zorg- en huishoudelijke taken voor haar rekening. Toen mijn zus en ik uitgevlogen waren was er wat meer ruimte om door te leren. Mijn moeder zag overal kansen. Stagebegeleider bij de pabo en een opleiding filosoferen met kinderen bijvoorbeeld.

Ik wilde het onderwijs helemaal niet in. Ik wilde dokter worden. En dat leek ook wel te lukken, ik was een ijverige leerling die het leren gemakkelijk af ging. Mijn ouders en ikzelf stelden hoge verwachtingen. Ik zat altijd met mijn neus in de boeken en het verraste niemand dat ik naar het gymnasium wilde. Ergens veranderden mijn toekomstplannen, want in plaats van geneeskunde koos ik voor een studie biologie. Volledig intrinsiek gemotiveerd: ik wilde weten hoe het leven werkte. Tijdens mijn laatste jaar sloop het onderwijs toch ook mijn leven binnen. Ik specialiseerde me met een master wetenschapscommunicatie en -educatie en regelde een afstudeerstage in Eindhoven – waar ik het effect van techniekpromotieactiviteiten op scholen ging onderzoeken. Na mijn afstuderen bleef ik en organiseerde techniekprojecten voor scholen. Gevolgd door een baan als beleidsonderzoeker in het onderwijs, een baan als (jawel) docent in het hbo en inmiddels beleidsadviseur onderwijs en ict. En ook ik ontmoette iemand (wel een student, geen lang haar), werd verliefd en bleef voor die liefde in Brabant wonen. Toeval of niet, op een steenworp afstand van mijn oma.

Toen ik trouwde waarschuwde mijn moeder: “Denk goed na of je je carrière wel wilt combineren met een gezin. Dat vond ik heel zwaar.” Net zo eigenwijs als de dames voor mij wilde ik echter niet kiezen. Ik wilde een evenwichtige taakverdeling tussen mijn man en mij, niet per se parttime werken (maar ook niet kostte wat kost fulltime), en ik wilde een gezin. Dat is gelukt. Ik werk vrijwel fulltime en heb ontzettend leuk werk. Het combineren van werk en privé is inderdaad pittig (ja, je had gelijk, mam) – maar ik zou het niet anders willen. De zorgtaken thuis zijn aardig in balans. Is alles dan nu zoals het zou moeten zijn? Bijna. Want waarom krijg ik eigenlijk vaker dan mijn man Jelle de vraag of ik wel zoveel kan werken met een gezin?

Samen met Jelle heb ik twee prachtige kinderen. De jongste is de baby waar mijn oma, mijn moeder en ik zo trots mee poseren: onze dochter Annika. Inmiddels bijna vijf jaar oud, verschrikkelijk eigenzinnig en vol zelfvertrouwen. Haar band met het onderwijs? Annika’s eerste schooldag was op 11 mei 2020, een bijzondere datum. Als gevolg van de dreiging van het coronavirus waren basisscholen al acht weken dicht. Voor het eerst in lange tijd was de fysieke toegang tot onderwijs niet vanzelfsprekend. Op 11 mei openden de scholen hun deuren weer gedeeltelijk, en tussen al die kinderen die blij waren dat ze weer naar school mochten, stond mijn trotse vierjarige dochter met haar knalroze rugzak.

Nu ze (na een tweede periode van sluiting) weer elke dag naar school mag geniet ze er enorm van, en ze wil – net als veel meisjes van haar leeftijd – misschien best juf worden. Wie weet… van ons mag ze alles worden wat ze wil.

Ze hoeft in elk geval niet van school om op het land te werken, grote kans dat ze geen volle dag hoeft te reizen om haar familie te zien, haar schooladvies zal niet ingegeven worden door het werk van haar vader, ze hoeft niet te stoppen met werken als ze in verwachting is en hopelijk… zet niemand vraagtekens wanneer ze een gezin met een drukke baan wil combineren. Of wanneer ze dat niet wil.

Vier generaties vrouwen. Vier generaties onderwijs. Vier generaties kansen. Al die oma’s, moeders, tantes, vriendinnen en buurvrouwen die mijn dochter voor zijn gegaan hebben in een kleine eeuw en in kleine stapjes grote veranderingen teweeggebracht. Tegen al die vrouwen, en tegen al die mannen die hen hebben aangemoedigd, wil ik mede namens mijn dochter zeggen: bedankt!

Marian Kat-de Jong

Verbinder zone Docentprofessionalisering
Deel deze pagina