Aansluiting op de arbeidsmarkt verbeteren

Plan van aanpak

Samenwerking van onderwijs en arbeidsmarkt

Aan de hand van vijf werkpakketten werkt deze zone met werkveld, onderzoek en onderwijs aan een verbeterde aansluiting van hoger onderwijs op de arbeidsmarkt. Deze werkpakketten resulteren in:

  1. Toekomstbestendige competentieprofielen: Richtlijnen voor incorporatie van toekomstgerichte competentieprofielen in het hoger onderwijs;
  2. Kwalificering digitale arbeidsmarkt: Inzichten over hoe het hoger onderwijs de ontwikkelingen op en behoeften van de arbeidsmarkt kan vertalen naar onderwijsaanbod voor (nieuwe) doelgroepen (inside-out);
  3. Voorloperbedrijven: Een methodiek waarmee kennis van bedrijven die voorlopen kan worden opgenomen in het curriculum (outside-in);
  4. Co-innoveren: Inzicht in hoe onderzoeksinspanningen worden vertaald naar next practices voor onderwijs en werkveld.
  5. Inventarisatie arbeidsmarkt: Inventariseren van stakeholders die zich nationaal en internationaal bezighouden met digitaliseringsvraagstukken op de arbeidsmarkt.

Het plan

Doelen 2020

SMART geformuleerd in 5 werkpakketten

Voor de plannen in 2020 is er per werkpakket steeds een inhoudelijke focus en een focus op community building. De inhoudelijke focus per werkpakket is met het gehele zoneteam opgesteld en er is input opgehaald bij zowel de Onderwijsdagen als de 24uurssessie. Daarnaast onderscheiden de werkpakketten zich door verschillende perspectieven. Werkpakket 1 gaat over de inhoud van benodigde competenties, werkpakket 2 over het onderwijskundig ontwerp, werkpakket 3 over het proces van samenwerking met het bedrijfsleven en werkpakket 4 over kennis-innovatie. Ook de focus op community building bestaat uit verschillende elementen; 1) Community building tussen direct betrokken instellingen bij de zone en instellingen daarbuiten tijdens een werkconferentie in juni 2020, 2021 en 2022; 2) Informeren van instellingen buiten de zone over ontwikkelingen in afstemming met communicatieadviseur Versnellingsplan; 3) Valideren, aanscherpen en verrijken van uitkomsten met de zones docentprofessionalisering, flexibilisering, digitale en open leermaterialen en evidence-informed onderwijsinnovatie met ICT.

Naast de 4 werkpakketten, wordt er in 2020 ook gewerkt aan een werkpakket 0 ‘Inventarisatie arbeidsmarkt’. Dit is een inventarisatie naar stakeholders die zich beleidsmatig bezighouden met digitaliseringsvraagstukken op de arbeidsmarkt. Deze stakeholders zijn bijvoorbeeld overheidsinstanties, belangenorganisatie en onderzoeksinstituten.

Werkpakket 0: Inventarisatie arbeidsmarkt

Stakeholders op de arbeidsmarkt: Inventarisatie (nationaal en internationaal) naar stakeholders die zich beleidsmatig bezighouden met digitaliseringsvraagstukken op de arbeidsmarkt. Deze stakeholders zijn bijvoorbeeld overheidsinstanties, belangenorganisatie, commerciële partijen en onderzoeksinstituten. Ook bestuderen wij het voortgezet onderwijs m.b.t. de digitale geletterdheid eisen die daarvoor zijn opgesteld.

  • Welke stakeholders zijn er die zich hiermee bezighouden?
  • Hoe blijf je op de hoogte van de ontwikkelingen in die sector?
  • Welke methodiek gebruik je hiervoor?
  • Wat zijn best practices van hoger onderwijs m.b.t. de samenwerkingsrelatie met zo’n stakeholder?

Resultaat: In 2020 is er inzicht in 1) betrokken stakeholders bij digitaliseringsvraagstukken op de arbeidsmarkt en 2) methodieken om op de hoogte te blijven van ontwikkelingen in een sector.

 

Werkpakket 1: Toekomstbestendige competentieprofielen

Competentieprofiel m.b.t. digitalisering:

  • Voorbeeldmethodieken valideren en verrijken met bestaande frameworks voor competentieprofielen;
  • Uitbreiden van de voorbeeldmethodieken met 3 internationale casussen van toekomstbestendige competentieprofielen in het hoger onderwijs;
  • De ontwikkelingen in de sectoren van het HO worden de komende jaren vertaald naar benodigde competentieprofielen. Hierbij wordt de aansluiting van de benodigde competenties op de huidige competenties vergeleken. We starten in 2020 met de sector economie van de VH;
  • Drie universiteiten hebben rond de zomer van 2020 verplichte competenties opgesteld voor alle curricula van hun opleidingen. Deze competenties verwerken we in de toolkit.

Resultaten:

  • Er is inzicht in een mogelijk competentieprofiel dat getoetst is bij de sector Economie van de VH.
  • Dit competentieprofiel sluit aan / bouwt voort op de digitale geletterdheid zoals dat voor het vo gedefinieerd is.
  • Tevens is een aanzet tot een systematiek opgeleverd, op basis waarvan onderwijs sectoren hun competentieprofielen kunnen doorlichten op de noodzakelijke digitale beroepscompetenties. Deze systematiek zou ook gebruikt moeten kunnen worden bij het opzetten van nieuwe opleidingen.

 

Werkpakket 2: Kwalificering digitale arbeidsmarkt

Toepasbaarheid in andere sectoren: Met de opbrengsten van 2019 gaan we kijken of de manieren ook toepasbaar zijn in niet IT omgevingen om tot een passend onderwijsaanbod te komen.

Dit leidt tot inzicht in bewezen interventies in het onderwijsveld die de aansluiting tussen het profiel en de vraag van de arbeidsmarkt beter vormgeven. De kenmerken worden vertaald in een stappenplan om het onderwijs vorm te geven voor huidige en nieuwe doelgroepen voor alle sectoren.

Studentervaring: Bij 4 casussen wordt de studentervaring gemeten.

Huidige en nieuwe voorbeelden (nat./int.) worden gevolgd.

Resultaat: Inzicht in bewezen interventies om de vraag van de arbeidsmarkt in het onderwijs vorm te geven en een eerste inventarisatie naar studentervaring.

 

Werkpakket 3: Voorloperbedrijven

Casuïstiek uitbreiding: Voorlopers die met kennisontwikkeling en toepassing sneller gaan dan ‘de hartslag van het onderwijs’ worden verleid om als partners een duurzame samenwerking aan te gaan met het hoger onderwijs. Hiertoe worden 4 nieuwe casussen verzameld en geanalyseerd.

Resultaat: Er is een breder inzicht, vanuit meer en verschillende sectoren, hoe kennis van voorloperbedrijven geïntegreerd wordt in het hoger onderwijs. Voorwaarden voor een duurzame samenwerking zijn verzameld.

 

Werkpakket 4: Co-innoveren

Condities voor samenwerking om te kunnen innoveren:

  • De karakteristieken van 2019 worden vertaald naar condities gericht op duurzame co-innovatie gericht op digitale transformatie.
  • Valideren, aanscherpen en verrijken van condities.
  • Condities zijn gereed voor gebruik in nieuwe proeftuinen.

Proeftuinen:

  • Nieuwe proeftuinen voor leeromgevingen gericht op co-innovatie in het licht van digitale transformatie mee-ontwerpen dan wel volgen
  • De doorontwikkeling van bestaande casuïstiek volgen
  • Verkennen van mogelijkheden voor regionale hubs

Resultaat: Condities voor co-innovatie en 1 á 2 proeftuin omgevingen.

 

Hoe de plannen voor 2020 aansluiten op hetgeen er in 2019 is uitgevoerd en hetgeen er voor 2023 beoogd wordt, is per werkpakket uitgewerkt in een plateauplanning voor de jaren 2019 tot en met 2023. Voor alle werkpakketten geldt dat 2019 het jaar was voor een eerste inventarisatie naar onderwerpen op de thematiek van het werkpakket. In 2020 worden deze resultaten verder uitgebreid en gevalideerd, tevens wordt de thematiek in sommige werkpakketten vanuit een ander perspectief belicht.

Doelen 2023

Productieve samenwerking tussen werkveld, onderzoek en onderwijs

De productieve samenwerking tussen werkveld-onderwijs-onderzoek op het gebied van digitalisering staat centraal in deze zone. Daartoe ontwikkelt zij methoden en werkwijzen die ervoor zorgen dat het Hoger Onderwijs en de arbeidsmarkt optimaal op elkaar afgestemd zijn. Dat doen we in 4 werkpakketten. Dit betekent concreet dat er:

  • Er methoden ontwikkeld en beproefd zijn die het mogelijk maken om toekomstbestendige competentieprofielen op te stellen en te onderhouden.
  • Hoger onderwijsinstellingen hun vermogen hebben versterkt om behoeftes van de arbeidsmarkt te ver­talen in onderwijs voor huidige en nieuwe doelgroepen.
  • Hoger onderwijsinstellingen een methodiek hanteren om (gegeven de steeds kortere halfwaardetijd van kennis) de samenwerking met het werkveld zo in te richten dat ze kennis van voorloperbedrijven sneller incorporeren in het onderwijs.
  • Hoger onderwijsinstellingen beter in staat zijn om in samenwerking met het werkveld en onderzoek te co-innoveren om te komen tot digitale innovaties.

De werkzaamheden in de zone leveren ook bouwstenen op voor bestuurders in het hoger onderwijs om hun beleid over verbetering van de aansluiting op de arbeidsmarkt aan te scherpen. 

Voorwaarden voor succes

Extra capaciteit en slagvaardige insteek

Voor de plannen van 2020 gelden grotendeels dezelfde voorwaarden voor succes als voor 2019. Namelijk:

  • Goede interne en externe samenwerking
  • Wegnemen (of minimaliseren) van regels, procedures die flexibilisering in de weg staan
  • Over grenzen van instituten kunnen denken en werken
  • Meer soepele samenwerking in de onderwijsketen
  • Arbeidsmarkt naar binnen halen (market-in in plaats van product-out)
  • De dynamiek en snelheid bij digitale transformaties benutten voor deze versnellingsopgave
  • Cultuurverandering: van bureaucratische oriëntatie naar een slagvaardige insteek.

Daarnaast zijn er voor 2020 nog een aantal aanvullende voorwaarden voor succes:

  • De inhoudelijke focus van de werkpakketten kan qua capaciteit niet enkel meer opgepakt worden door de teamleden zelf (mede door het kleine zoneteam). Ook extern zullen er deelonderzoeken uitgezet moeten worden. Hiervoor zal extra financiering nodig zijn.
  • De aanstelling van een nieuwe verbinder zal moeten zorgen voor een goede afstemming en samenwerking met andere zones
Bruikbaarheid van resultaten en disseminatie

Concrete resultaten en toewerken naar een toolbox

Onze zone heeft bij de verschillende werkpakketten steeds de focus op hoe de resultaten bruikbaar kunnen zijn voor onderwijsinstellingen. Zo wordt er voor de resultaten van 2019 niet alleen gekeken naar de uitkomsten van een crosscase analyse naar goedwerkende factoren, gemeenschappelijkheden en aandachtspunten, maar wordt er ook gekeken hoe men tot een concreet product van het resultaat kan komen. Een eerste brainstorm over concrete producten per werkpakket is gebeurd in het zoneteam, vervolgens is er een opdracht uitgezet onder instructional designers van Saxion om mee te denken over welke concrete producten ontwikkeld zouden kunnen worden. De instructional designers hebben een uitgewerkte beschrijving en ontwerp opgeleverd, waarmee vervolgens een opdracht uitgezet zou kunnen worden bij een extern bedrijf. Bij werkpakket 4 zou bijvoorbeeld een VR-omgeving ontwikkeld kunnen worden over hoe een innovation hub of innovation space er van binnen uitziet. Hierin zouden naast visuele weergaves ook richtlijnen voor samenwerking en tips voor uitvoering beschreven kunnen worden. Naast deze concrete producten wordt er in alle werkpakketten ook toegewerkt naar een toolbox, waarin de resultaten en uitkomsten op een goed bruikbare manier verzameld gaan worden. De toolbox zal bestaan uit 5 onderdelen: 1 onderdeel per werkpakket.

Werkwijze

Open collective circle

Het team werkt in een ‘open collective circle’, waarin vanuit het team hecht samengewerkt wordt met input van buitenaf. Het eerste jaar is vooral gekeken naar de goede praktijken die al in de deelnemende instellingen aanwezig zijn. Het tweede jaar staat in het teken van verbreding, verdieping en validatie. We sluiten het studiejaar 2019/2020 af met een conferentie, waarin we onze resultaten breder delen en anderen de gelegenheid geven ons werk kritisch te beschouwen en input voor de komende jaren te geven. Daarnaast leveren wij vanzelfsprekend een bijdrage aan de jaarlijkse SURF-onderwijsdagen.

Reflectie

Terugblik 2019

Het team heeft gewerkt aan een eerste inventarisatie op het gebied van toekomstbestendige competentieprofielen, kwalificering digitale arbeidsmarkt, voorloperbedrijven en co-innoveren. In totaal zijn er 12 casussen, van 7 verschillende instellingen, geanalyseerd en vergeleken op gemeenschappelijkheden. Deze casussen hebben allemaal een gunstige werking op de aansluiting op een veranderende arbeidsmarkt. In januari/februari wordt de analyse opgeleverd in de vorm van 4 verschillende rapportages. Hieronder volgt een beschrijving van de 4 verschillende werkpakketten.

Werkpakket 1 Toekomstbestendige competentieprofielen: Er zijn 3 methodes vergeleken om toekomstbestendige competentieprofielen op te stellen en te onderhouden.

Werkpakket 2 Kwalificering digitale arbeidsmarkt: Er zijn 4 methodes vergeleken hoe hoger onderwijsinstellingen behoeftes van de arbeidsmarkt vertalen in onderwijs voor huidige en nieuwe doelgroepen.

Werkpakket 3 Voorloperbedrijven: Er zijn 2 methodes vergeleken hoe hoger onderwijsinstellingen de samenwerking met het werkveld inrichten om kennis van voorloperbedrijven sneller te incorporeren in het onderwijs.

Werkpakket 4 Co-innoveren: Er zijn 3 methodes vergeleken van samenwerking tussen bedrijven, onderwijs en onderzoek om digitale innovaties te realiseren.

Voor het zoneteam Aansluiting op de arbeidsmarkt verbeteren was het een roerig jaar, met veel interne wisselingen. Zo haakte de Hogeschool van Amsterdam al in een vroeg stadium af als teamlid, gaf de verbinder zijn taken op en werd de aanvoerder ernstig ziek. Dit heeft invloed gehad op de snelheid van werken en de voortgang van de resultaten. Gelukkig is er vanuit Maastricht University, Fontys, Hanze hogeschool, Politiecademie en Saxion goed gereageerd op deze omstandigheden en werd de draad steeds weer snel opgepakt. Ook werd het aanvoerderschap binnen Saxion op (hele) korte termijn ingevuld, waardoor er niet al te veel vertraging ontstond.

Video
Aanvoerder

Caroline van de Molen

Het zou geweldig zijn als we over drie jaar de volgende resultaten hebben bij deze zone arbeidsmarkt. In eerste instantie dat hogescholen en universiteiten de  methode, of eigenlijk de toolkit met instrumenten, gaan gebruiken die we willen opleveren en dan ook opgeleverd hebben aan het eind van deze drie jaar. Dat betekent dan dat in het onderwijs en in de onderwijsinstellingen een hele korte time to market is, daar waar het gaat om digitalisering en technologiseringsbehoeften in de arbeidsmarkt en dat terug laten komen in het onderwijsaanbod. Natuurlijk dat studenten het ook merken als ze afgestudeerd zijn.  Dat ze goed beslagen ten ijs komen. En dat ze ook tevreden zijn natuurlijk, over wat ze geleerd hebben. En natuurlijk dat de arbeidsmarkt, zowel over de samenwerking met hogescholen en universiteiten heel tevreden zijn, maar ook heel tevreden zijn met de studenten die wij aan hen afleveren. Dus dat zou een heel mooi resultaat zijn denk ik.