Faciliteren en professionaliseren van docenten

Plan van Aanpak

De docent als de spil van onderwijsinnovatie

Het optimaal benutten van de mogelijkheden van ICT in het onderwijs vraagt nieuwe kennis en vaardigheden van de belangrijkste groep die de kwaliteit van het onderwijs bepaalt: de docent. Het vraagt om een balans tussen mensen aan de ene kant en technologie aan de andere kant. Ook is het belangrijk dat docentprofessionalisering ingebed is in alle lagen van de organisatie. De zone Faciliteren en Professionaliseren van docenten werkt toe naar een manier waarop instellingen kunnen nagaan in hoeverre zij in hun organisatie docenten effectief faciliteren en professionaliseren op het gebied van onderwijsinnovatie met ICT. Instellingen kunnen vervolgens op basis van een collectie van (bewezen) effectieve professionaliseringsstrategieën aan de slag met een verbetertraject. Daadwerkelijke versnelling vindt plaats in de instellingen.

Het doel van de zone: alle opleidingen in het hoger onderwijs stellen docenten in de gelegenheid om ICT in het onderwijs in te zetten, zodanig dat het leidt tot een versnelling van onderwijsinnovatie en daarmee een verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. Hoewel onze zone zich richt op docenten, moet het werk van de zone uiteindelijk ook landen bij studenten. Studenten profiteren van docenten die de kwaliteit van hun onderwijs verbeteren. Binnen de zone zien we verschillende kansen om het faciliteren en professionaliseren van docenten te versnellen, zowel bottom-up als top-down (Figuur 1). We werken daarom aan verschillende thema’s. In dit document lichten we toe waaraan we in 2019 gewerkt hebben en wat de doelen en plannen zijn voor 2020 en verder. Ons plan is ambitieus, maar ook concreet. Wij leggen de lat bij voorkeur hoog. Aan veel doelen werken we nu al in de werkgroepen. Daarnaast gaan we onder regie ook meer uitbesteden.

 

Figuur 1. Kansen voor het faciliteren en professionaliseren van docenten.

Het plan

Doelen 2020

SMART geformuleerd

Thema Goede voorbeelden

  • Alle deelnemende instellingen leveren twee goede voorbeelden van onderwijsinnovatie met ICT;
  • We publiceren minimaal 10 testimonials met ondersteunende materialen van onderwijsinnovaties met ICT, bij voorkeur in relatie met de proeftuinen;
  • We inventariseren welke initiatieven er op instellings-, domein-, sector- en landelijk niveau zijn (geweest) om goede voorbeelden te verzamelen en ontsluiten en leiden daar succesfactoren van af voor het ontwerpen, ontwikkelen, implementeren en verduurzamen van een platform.
  • We nemen een actieve rol bij de ontwikkeling van het NRO-platform voor onderwijsinnovaties in het HO en bepalen zo mede welke functionaliteiten beschikbaar komen.

 

Thema Bouwstenen voor effectieve docentprofessionalisering

  • Alle deelnemende instellingen krijgen een concrete, tastbare set bouwstenen voor docentprofessionalisering met bijpassende werkvorm om aan de hand daarvan hun professionaliseringsaanbod te kunnen analyseren en waar nodig versterken;
  • Alle deelnemende instellingen reflecteren aan de hand van de bouwstenen op hun huidige professionaliseringaanbod, zodanig dat concreet is wat en hoe kan worden verbeterd, de resultaten hiervan worden binnen de zone gedeeld;
  • Op basis van een analyse van bestaande profielen van docenten en ondersteuners, ontwikkelen we competentieprofielen voor docenten en ondersteuners;
  • We verzamelen en analyseren bestaande scholingsprogramma’s voor ondersteuners, met het oog op (her-)gebruiken en/ of doorontwikkeling.

 

Thema Proeftuinen voor professionalisering

  • We ontwikkelen met vier deelnemende instellingen een professionaliseringsmodule rond digitale peerfeedback, zodanig dat deze aangeboden kan worden aan alle ho-instellingen;
  • We ontwikkelen daarnaast nog drie proeftuinen, deze zijn eind 2020 uitgevoerd en geëvalueerd, zodanig dat we in 2021 drie nieuwe professionaliseringsmodules kunnen opleveren.

 

Thema Integrale aanpak

  • We testen de integrale bewegingssensor binnen (minimaal) vijf instellingen, en verbeteren het instrument tot een tweede prototype;
  • We ontwikkelen, testen en evalueren deze tweede versie van de bewegingssensor;
  • Alle instellingen in de zone hebben met behulp van de verbeterde versie van de integrale bewegingssensor hun professionaliseringsbeleid geëvalueerd en aantoonbare verbetersuggesties gedaan om docenten te faciliteren en professionaliseren bij de inzet van ICT in hun onderwijs.

 

Thema Sectorbrede verankering

  • We voeren in samenspraak met de belangrijkste actoren op sectorniveau een strategische verkenning uit naar de mogelijkheid ICT-competenties van docenten sectorbreed te verankeren in bestaande kwalificaties en naar de beste aanpak om dit te realiseren.
  • Op basis daarvan stellen we een Plan van Aanpak op om ICT-competenties sectorbreed te verankeren op basis van de competentieprofielen die door de zone worden opgeleverd. Zo mogelijk maken we een start met het realiseren van het genoemde Plan van Aanpak.

 

Thema Flexibiliseren van professionalisering

  • We voeren een strategische verkenning (inventarisatie van behoeften, mogelijke obstakels en oplossingsrichtingen) uit naar een model voor flexibele docentprofessionalisering, uitmondend in een beleidsadvies.
  • We testen – op kleine schaal en met vier deelnemende instellingen op basis van een door ons ontwikkelde module rond digitale peerfeedback – of het werken met microcredentials en edubadges interessant is voor instellingen en docenten.
Werkwijze

Het spreken van dezelfde taal

De zone docentprofessionalisering is groot: 19 instellingen (samenwerkingsverbanden volledig meegerekend zijn dit er 24) met in totaal 21 leden en een verbinder. Dat betekent dat al gauw de noodzaak ontstond tot werkbare samenwerkingsvormen, met 20 mensen is het immers lastig concreet te worden en discussies te ontstijgen. Aan het begin van 2019 hebben we in gezamenlijkheid thema’s geïdentificeerd die van belang zijn voor onze zone. Rondom elk thema ging een werkgroep onder leiding van een werkgroepleider aan de slag. Deze manier van werken leidde tot gedeeld eigenaarschap bij de zoneleden. We zagen elkaar vrijwel maandelijks in Utrecht. Het programma bestond telkens uit een plenair deel (gericht op uitwisseling van praktijken, plannen en ideeën) en werktijd voor de werkgroepen. De werkgroepen hadden tussen deze bijeenkomsten ook contact en zochten de samenwerking op.

Omdat we geloven dat je beter samenwerkt als je elkaar goed leert kennen en omdat vertrouwen belangrijk is, is bewust aandacht besteed aan de teamvorming. Een tweedaagse bijeenkomst op de UT-campus in Enschede vormde het hoogtepunt; we bouwden daar (letterlijk) aan de samenwerking, en aan een eigen en een gezamenlijke ambitie. Onze discussies, ideeën en conclusies wilden we snel vertalen naar concrete producten, prototypes op basis waarvan we verder konden werken.

Na dit eerste jaar van oriëntatie en elkaars taal leren spreken zien we 2020 als het jaar van de bewustwording binnen de instellingen. Wij werken aan een stevige positionering van onze zone en de verankering van de opgedane kennis, ervaringen en producten in onze eigen instellingen. Dat doen wij met de leden van de zone en samen met experts en externen uit ons netwerk. Ook niet in onze zone of het Versnellingsplan participerende instellingen kunnen aanhaken.

Voorwaarden voor succes

Commitment van instellingen

Een belangrijke voorwaarde is en blijft het commitment van de instellingen en de leden. Niet alleen om een actieve bijdrage te leveren, maar ook om te werken aan de verankering van de opgedane kennis en ervaringen in de eigen instelling. We spreken leden van de zone hierop aan, signaleren samen met hen knelpunten in de eigen organisatie en denken mee over hoe deze op te lossen. De zoneleden zijn zelf aan zet om de plannen te realiseren binnen hun eigen instelling, de plannen van aanpak van de verschillende instellingen vormen hiervoor de basis.

We beseffen ons steeds meer dat we graag eigenaar van het thema van de zone blijven, maar dat we – onder regie – meer moeten uitbesteden om de impact te vergroten. We moeten als zone wennen aan die veranderende rol (die ook anders is dan de rol die zoneleden in de eigen instelling hebben).

Doelstelling voor 2023

Versnelling van onderwijsinnovatie via de docent

Het doel van de zone is ambitieus: alle opleidingen in het hoger onderwijs stellen docenten in de gelegenheid om ICT in het onderwijs in te zetten, zodanig dat het leidt tot een versnelling van onderwijsinnovatie en daarmee een verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. We focussen in eerste instantie vooral op de instellingen in onze eigen zone. Andere instellingen zijn uiteraard van harte uitgenodigd om aan te haken. Uiteindelijk moeten alle Nederlandse instellingen van ons werk profiteren.

In 2023 hebben de deelnemende onderwijsinstellingen:

  • een integraal beleid op docentprofessionalisering ontwikkeld, waarbij de bewegingssensor herhaaldelijk wordt ingezet om het beleid aan te scherpen. Bij de helft van de instellingen maakt de bewegingssensor onderdeel uit van de kwaliteitszorgcyclus;
  • alle docenten in de gelegenheid gesteld om ICT in hun onderwijs te gebruiken, zodanig dat het leidt tot meer vertrouwen bij docenten en een verbetering van de kwaliteit van het onderwijs;
  • een flexibel en gevarieerd professionaliseringsaanbod ontwikkeld op basis van de bouwstenen van effectieve docentprofessionalisering en alle docenten in de gelegenheid gebracht om met edubadges te bewijzen dat zij aantoonbaar hebben gewerkt aan hun professionele ontwikkeling op het gebied van onderwijsinnovatie met ICT;
  • onderwijsinnovatie met ICT verankerd in de basiskwalificatie voor docenten.
Resultaten 2019

Terugblik

Thema Goede voorbeelden

Docenten vinden het vaak lastig om ICT een plek te geven in hun onderwijs. Ze twijfelen aan hun eigen digitale competenties, weten niet welke tool ze het best zouden kunnen gebruiken of weten gewoonweg niet waar ze moeten beginnen. Daarom is het belangrijk dat docenten toegang hebben tot goede voorbeelden van collega’s. Er zijn in Nederland (en daarbuiten) al veel mooie en inspirerende voorbeelden te vinden als het gaat om onderwijsinnovatie met ICT. Het is goed om van deze voorlopers te leren. Daarom inventariseren we binnen onze zone goede voorbeelden en publiceren we testimonials van docenten, met bijbehorende onderwijsmaterialen. Hiervoor werken we ook samen met de andere zones en de SURF SIG’s (Special Interest Groups). We verkennen tevens hoe we studenten kunnen betrekken bij het verzamelen en duiden van goede voorbeelden. We werken toe naar een intuïtieve online omgeving waar docenten goede voorbeelden delen, gebruiken en van feedback voorzien. De grootste uitdaging is om goede voorbeelden slim en strategisch te verzamelen, te analyseren en te ontsluiten. NRO werkt momenteel aan een platform voor het delen van onderwijsinnovaties in het hoger onderwijs, en daar sluiten we graag bij aan. Tot de daadwerkelijke lancering van dit platform delen we de goede voorbeelden op de website van het Versnellingsplan.

 

Thema Bouwstenen voor effectieve docentprofessionalisering

Op het gebied van effectieve docentprofessionalisering is er veel onderzoek gedaan. Zo weten we bijvoorbeeld dat een losstaande training minder effectief is dan samen leren op de werkplek. Ook weten we dat veel docenten zich niet uit zichzelf aanmelden voor professionalisering op het gebied van onderwijs met ICT. Toch bestaat het professionaliseringsaanbod vaak nog uit losse of aaneengeschakelde, vaak facultatieve trainingen. Hoe richt je de professionalisering van docenten op het gebied van ICT in het onderwijs binnen je instelling zo effectief mogelijk in? We hebben daarvoor op basis van de literatuur bouwstenen voor professionalisering met ICT gecategoriseerd in drie groepen:

  1. Why: Waartoe professionaliseer je: wat is je visie op onderwijsinnovatie met ICT?
  2. How: Hoe organiseer, faciliteer en ondersteun je docentprofessionalisering?
  3. What: Welke vorm(en) en inhoud(en) kent het professionaliseringsaanbod?

Instellingen kunnen deze bouwstenen gebruiken om op hun huidige professionaliseringsaanbod te reflecteren en dit aanbod vervolgens verder te ontwikkelen.

Een tweede onderwerp binnen dit thema heeft nog wat minder aandacht gekregen, maar is onverminderd relevant. Ondersteuners (instructional designers, onderwijskundigen, ICTO-coaches etc) hebben een belangrijke rol bij innovatie van het onderwijs en de professionalisering van docenten. Komend jaar stellen we voor ondersteuners een profiel op en verkennen de mogelijkheden voor een scholingsprogramma. Bij dit laatste vragen we ook studenten om mee te denken.

 

Thema Proeftuinen voor professionalisering

Het is belangrijk dat instellingen zelf proeftuinen inrichten waarin docenten en ondersteuners zich (effectief, dus gebaseerd op de bouwstenen) ontwikkelen terwijl ze werken aan specifieke onderwijsinnovaties met ICT. De eerste proeftuin gaat begin 2020 van start binnen vier instellingen en betreft digitale peerfeedback, waaraan docenten werken in professionele leergemeenschappen.

Komend jaar richten we op meer instellingen en rondom meer onderwerpen proeftuinen in. Mogelijke onderwerpen zijn (formatief) digitaal toetsen, datagebruik en learning analytics door docenten om het leren van studenten te ondersteunen, blended learning en samenwerkend leren. Hierbij zoeken we de samenwerking met andere zones (Studiedata, Digitale (open) leermaterialen, Evidence-informed vormgeven van onderwijsinnovatie met ICT) en de SIG’s (zoals blended learning en digitaal toetsen).

De vorm van de proeftuinen is verschillend, zo experimenteren we met verschillende vormen van professionalisering, op basis van de bouwstenen. We ontwikkelen rondom elke proeftuin concrete professionaliseringsmodules. Deze modules worden inclusief alle begeleidende materialen beschikbaar gemaakt voor alle universiteiten en hogescholen in Nederland in een train-de-trainersetting. Instellingen kunnen ze vervolgens zelf inpassen in hun aanbod. Ook worden de modules systematisch onderzocht, zodat er per module ook informatie is over de effectiviteit van de module, alsmede over de randvoorwaarden. We onderzoeken tevens of en hoe we modules kunnen certificeren (zie Thema Flexibiliseren van professionalisering).

 

Thema Integrale aanpak

Bij het faciliteren en professionaliseren is niet alleen de individuele docent van belang. Het hanteren van een integrale aanpak is cruciaal. Idealiter stelt de omgeving van de docent hem of haar optimaal in staat om goed onderwijs te ontwerpen en te verzorgen. Maar is dat ook de realiteit? We ontwikkelen voor instellingen een ‘integrale bewegingssensor’, een soort zelfevaluatie of scan: een instrument om het denken en handelen over onderwijsinnovatie met ICT in de instelling in beweging te krijgen. De eerste versie (het eerste prototype) van deze bewegingssensor is een praatplaat met daarop twintig indicatoren in vier dimensies: Visie en beleid, Leiderschap, Professionalisering en Infrastructuur.

In 2020 gaan we binnen de instellingen een inhoudsrijk gesprek aan op basis van deze praatplaat, aan de hand van vragen als:

  • Wat kunnen we vanuit onze organisatie doen om docenten beter te faciliteren en te professionaliseren bij het inzetten van ICT bij onderwijsinnovatie?
  • Welke drempels kunnen we wegnemen en welke prikkels kunnen we bieden?

Op basis van deze gesprekken met verschillende stakeholders (docenten, studenten, bestuurders, beleidsmedewerkers, ICT’ers, etc.) ontwikkelen we in 2020 een tweede versie van de integrale bewegingssensor, die wellicht een andere vorm en naam heeft maar hetzelfde doel nastreeft. Die moet niet alleen bewustwording opleveren maar ook beweging, met als uiteindelijke doel dat alle instellingen in Nederland het instrument kunnen gebruiken.

 

Thema Sectorbrede verankering

Alleen bottom-up initiatieven zijn niet voldoende als we willen versnellen op gebied van faciliteren en professionaliseren van docenten. Ook op sectorniveau moeten we zorgdragen voor een sectorbrede verankering van onze initiatieven. De Basiskwalificatie Onderwijs (BKO) en de Basiskwalificatie Didactische Bekwaamheid (BDB) zijn als bewijs van de didactische bekwaamheid van docenten in het hoger onderwijs gemeengoed. Zowel in het hbo als het wo zijn afspraken gemaakt over de wederzijdse erkenning van deze kwalificaties tussen de instellingen. Omdat het voor elke docent belangrijk is om een basisniveau aan ICT-competenties in huis te hebben (zoals deze in Thema Bouwstenen voor effectieve docentprofessionalisering worden opgesteld), moet dit onderdeel worden van de BKO en de BDB. Binnen dit thema verkennen we daarom met de belangrijkste spelers op sectorniveau, zoals VSNU, VH en Zestor, welke mogelijkheden er zijn om ICT integraal onderdeel te maken van zowel de kwalificaties als de bijbehorende scholingstrajecten. Ook willen we hierbij graag de hulp van de koepels en stuurgroep inschakelen. Tevens willen we verkennen of het wenselijk is dit thema op te nemen in het accreditatiekader van de NVAO.

 

Thema Flexibiliseren van professionalisering

We hebben het flexibeler maken van docentprofessionalisering als zesde thema benoemd. Wij willen verkennen of het mogelijk is landelijk afspraken te maken over erkende professionaliseringsmodules (zoals we die zelf ontwikkelen onder het Thema Proeftuinen voor professionalisering) waarvoor docenten bijvoorbeeld  microcredentials en/of edubadges vergaren. We gaan verschillende routes verkennen. Een mogelijke route is het werken met microcredentials en/of edubadges na de BKO/BDB, maar we gaan ook verkennen of verschillende edubadges samen een BKO dan wel BDB zouden kunnen vormen. We gaan verschillende mogelijke routes ontwikkelen en willen deze verkennen met de belangrijkste spelers op sectorniveau, waarbij vanzelfsprekend de samenwerking wordt gezocht met de zone Flexibilisering.

Video
Aanvoerders

Kim Schildkamp & Ronald Spruit

“Docenten zijn continu bezig met het verbeteren van hun onderzoek en hun onderzoekslijn. Voor hun onderwijs is dat nog lang niet vanzelfsprekend, zeker als het gaat om de inzet van ICT om het onderwijs te verbeteren. Daarvoor moet docentprofessionalisering zijn ingebed in alle lagen van de organisatie, van HR tot management. We hebben vier werkgroepen gevormd die zich hiervoor inzetten.

We ontwikkelen een scan voor instellingen om te bepalen waar ze aan moeten werken om de facilitering en professionalisering van álle docenten te verbeteren. We doen onderzoek naar professionaliseringsvormen die geschikt zijn voor de context van het hoger onderwijs. Iedereen weet dat het niet zo veel oplevert om alle docenten één dag een workshop te laten volgen. Maar wat werkt dan wel? Uit wereldwijd onderzoek blijkt dat leren binnen een professionele leergemeenschap een veelbelovende aanpak is. Daarbij kun je gebruikmaken van de natuurlijke structuren binnen een organisatie. Tijdens de teambijeenkomsten van docenten die samen onderwijs ontwerpen, kan er iemand van de onderwijskundige dienst langskomen om te helpen bij het verbeteren van hun onderwijs.

Zo zullen de komende jaren veel kleinschalig experimenteren plaatsvinden met twee of drie instellingen, om te beginnen met digitale peer feedback. Op basis van ons onderzoek naar de experimenten leveren we implementatieadvies voor andere instellingen. Ook verzamelen we best practices. En we richten ons op het versterken van de rol van ondersteuners, zoals ICTO-ers en instructional designers. Door alle lagen in de organisatie mee te nemen, hopen we het verschil te kunnen maken.”