Zone Flexibilisering

Landelijke pilot Microcredentials

Na de zomer start de zone Flexibilisering van het onderwijs met een landelijke pilot microcredentials. Maar wat houdt het precies in? Dat lees je op deze pagina.

Over microcredentials in het hoger onderwijs

Het Versnellingsplan heeft flexibilisering en modularisering in het hoger onderwijs hoog op de agenda gezet. De ontwikkeling van microcredentials sluit daarop aan en kan een boost geven aan een flexibeler onderwijsaanbod. Om deze ontwikkeling vorm te geven gaat vanaf oktober 2021 de pilot ‘Microcredentials in het Hoger Onderwijs’ van start. De pilot is toegankelijk voor alle Nederlandse publieke instellingen en heeft een looptijd van pilot van ruim twee jaar. Geïnteresseerde instellingen kunnen zich vanaf 1 juli 2021 inschrijven (zie tab ‘inschrijven voor de pilot’). De pilot richt zich op professionals die zich willen laten omscholen, bijscholen of opscholen.

Microcredentials hebben een kleinere omvang met herkenbare en erkenbare waarde

Met de pilot streven we ernaar dat het Leven Lang Ontwikkelen (LLO) aanbod van de instellingen een duidelijke en herkenbare waarde krijgt in het stelsel, zoals dat nu ook geldt voor bachelors, masters, associate degrees en phd’s. De microcredential is een betrouwbaar certificaat waarmee professionals kunnen aantonen wat ze weten, kunnen en begrijpen na succesvolle afronding van een onderwijseenheid. De microcredential geeft met andere woorden een zelfstandige waarde aan een kleinere onderwijseenheid. Bij een microcredential gaat het niet alleen om het eindresultaat. Het gehele proces, inclusief de leeractiviteiten en bijbehorende toetsing van leeruitkomsten, geeft waarde aan een microcredential.

Microcredentialing stimuleert flexibilisering en een Leven Lang Ontwikkelen

Door microcredentials te introduceren voor professionals kan het Leven Lang Ontwikkelen (LLO) een enorme boost krijgen. Veel instellingen hebben de afgelopen jaren gewerkt aan een relevant en interessant onderwijsaanbod voor werkenden. Met microcredentials kunnen ze professionals nog beter aanspreken. De omvang en waarde van microcredentials maken het aantrekkelijk voor professionals om zich in het hoger onderwijs te specialiseren, bijscholen of omscholen.

Op dit moment kennen professionals grofweg twee opties om hoger onderwijs te volgen: een geaccrediteerde (deeltijd) opleiding of een niet-geaccrediteerde module of cursus. Het volgen van geaccrediteerd hoger onderwijs is daarmee een flinke tijdsinvestering voor werkenden. Modules of andere kleine onderwijseenheden passen vaak beter bij de flexibiliteit die werkenden nodig hebben. Ook kunnen ze sneller ontwikkeld worden en zijn ze geschikter om aan te sluiten op een snel veranderende werkcontext en leervraag van professionals.

Toegevoegde waarde microcredentials

Professionals hebben vaak behoefte aan specifieke bij, op- of omscholing. Niet per se aan een volledige opleiding met graad, wel aan de erkende kwaliteitswaarde ervan. Aan up-to-date, hoogwaardige kennis uit het portfolio van een instelling, die in een kleinere eenheid wordt aangeboden.

De microcredential voegt een kwaliteitskeurmerk toe: de (betalende) deelnemer/werkgever kan erop aan dat de cursus zo is opgezet dat leeruitkomsten bereikt worden.

Als iemand met succes de leeruitkomsten van het (bij de microcredential behorende) onderwijs heeft behaald, kunnen derden (arbeidsmarkt, instellingen, etc) erop aan dat deze persoon ook echt de bij de microcredentials behorende kennis of vaardigheden beheerst. Ook is het behalen van deze leeruitkomsten herleidbaar en controleerbaar. Daarnaast zal er een landelijk geregistreerd worden wie welke microcredential heeft behaald.

Door de erkende waarde van microcredentials, krijgen professionals meer regie over hun eigen ontwikkeling. Ze kunnen door de jaren heen, bij verschillende opleidingen en instellingen een ontwikkelpad vormgeven. Ze zijn zich ervan verzekerd dat behaalde leeruitkomsten ook elders worden erkend, zodat ook de mogelijkheden om voort te bouwen op reeds verworven kennis, vaardigheden en houdingen zich openen.

Pilot Microcredentials in het Hoger Onderwijs

Werken met microcredentials biedt instellingen de kans hun onderwijsaanbod te verbreden en individuen en samenleving te ondersteunen in (flexibele) professionalisering en een Leven Lang Ontwikkelen. Zoals elke verandering vraagt het werken met microcredentials ook om aan- en inpassing. Daarom ligt het voor de hand om de weg van de geleidelijkheid te kiezen bij het invoeren van microcredentials in het hoger onderwijs. Onderwijsinstellingen hebben tijd en ruimte nodig om hun LLO aanbod te beschrijven, hun wijze van registreren te organiseren en hun interne kwaliteitszorg in te regelen. De pilot biedt de mogelijkheid om (complexe) vraagstukken rondom microcredentialing in gezamenlijkheid te beantwoorden. De pilot gaat vanaf oktober 2021 van start met een aanloopfase en kent een looptijd van ruim twee jaar, tot en met 31 december 2023.

De pilot komt onder centrale regie van de zone flexibilisering van het Versnellingsplan. Inhoudelijke sturing wordt gegeven door het regieteam bestaande uit vertegenwoordigers van de zone flexibilisering, VH, VSNU, SURF, OCW. De inhoudelijke sturing vanuit het regieteam richt zich op de vraagstukken die gaandeweg opduiken. Daarnaast fungeert het regieteam als linking-pin tussen de pilot en de bestuurlijke tafels van de koepels.

Het regieteam functioneert als vraagbaak voor deelnemende instellingen en organiseert op regelmatige basis landelijke bijeenkomsten, om in gezamenlijkheid invulling te geven aan microcredentialing in het hoger onderwijs. Daarbij kunnen instellingen gebruik maken van een stimuleringsregeling met een maximale hoogte van €45.000,- per jaar.